maandag 10 augustus 2020

Zegenregen

 In de stad 

waar de hitte 

begon te wegen

valt de regen

als een bijbelse zegen

uit de lucht en 

verlucht de benauwde

smalle stegen die

nog amper zuurstof kregen.


De wolken wringen

zich uit en het geluid

van de donder roffelt

alsmaar ronder door de straten

alsof hij de boodschap na wil laten

dat de cavalerie is gekomen

om het bloed en het leven

weer sneller te doen stromen.


De leeggelopen redding

tempert nog een tijdje het licht

en de geluiden verstommen

zachtjes in de vele plassen.

De stad ontvouwt zich als

een woordeloos gedicht 

dat stilletjes laat lezen

over het belang van weer

schoon gewassen.


donderdag 25 juni 2020

Blauw, blauw, blauw

Blauw blauw blauw
zucht boven mij de lucht
alsof ik je vergeten zou.
Vijf jaar tikt de klok nu al
rigoureus zonder jou.
Iedereen is van de wereld
maar de wereld nog altijd
niet van iedereen.
Rood zwart wit geel
jong oud man of vrouw,
Ze staan nog van vaak alleen
te wachten in het donker
op het geheven glas van jou.
De wereld kraakt
en iedereen zoekt het woord
dat de toekomst openmaakt.
Want open, open, open moet zijn.
Was jij er nog maar bij
met je tijger aan je zij.
Hees, teder en tikkeltje rauw
Werd de wereld maar weer
een beetje meer Thé Lau.

dinsdag 23 juni 2020

De dag wou niet opstaan

De dag wou
niet opstaan
en beval de haan
Kom van die mesthoop vandaan
en laat de nacht haar gang gaan!
Dus bleven de kippen op stok
verstilden de wijzers op de klok
trok de haan zich terug in zijn hok.
en kroop de geit weer wat dichter
bij haar bok.
Alleen de mensen
die nooit zien wat er is
maar enkel wat ze wensen
gaven ondanks de duisternis
geen gehoor
aan de wens van de dag
en gingen gewoon door
met wat ze dachten
dat op hen te wachten lag.
Maar de nacht
steeg zacht
in de mensen hun gedacht
en bracht onverwacht
het inzicht dat
de wereld rondom hen
hun blinde razen veracht.
Toen veel later de zon
op gezag van de dag
aan haar stijgen begon
en de haan weer kraaien kon
was het de mens die te slapen lag
terwijl de natuur aan kracht herwon
en de eerste paardenbloem
haar hoofd uitstak boven het beton.
Niets hiervan is waar,
maar geef toe, dromen mag.

zaterdag 11 april 2020

Ode aan de vrouw


Moeder, dochter
en bron der lust
Zij die kinderen
slaapwel kust.

Vrouw, vriendin
en zinnebeeld.
Zij die in een gezin
lakens uitdeelt.

Zorgster, toeverlaat
muze van het hart
Zij die in de branding staat
en knopen ontwart.

Kameleon, duivel-doet-al
Een godin om te minnen
Zoveel rollen in getal
Geen man zou eraan beginnen.

dinsdag 7 april 2020

Commisaris Crimineel

Op het balkon van het Tiense stadhuis
tuurde de oude commissaris Crimineel
en wat hij zag leek hem niet echt pluis
Daar zat een vork niet goed in zijn steel.
Naast hem stond kleindochter Jozefien
sabbelend op twee vlechten in haar mond.
Het was een mooie pientere meid van tien
die opa zei: hoog tijd voor een suikerklont.
Commissaris Crimineel wist ze had gelijk
want wat er lag midden op de grote markt
dat was niets meer of minder dan een lijk
Maar betrof het moord of een hartinfarct?
Had iemand met een te kort muizenlontje
zichzelf verloren en deze mens gedood?
De oplossing lag vast in een suikerklontje
dat opa Crimineel vaak het juiste inzicht bood.
Samen zogen ze zo een puntje aan de vraag
Wat is er toch met deze arme mens geschied?
Tot de klontjes vielen als blokken op hun maag
Want lag daar naast het lijk geen reuze suikerbiet?
Jozefien en haar opa commisaris Crimineel
stonden hand in hand helemaal van hun stuk.
Van tegenslag krijgen we allemaal ons deel
maar wie sterft er nu in een suikerbietenongeluk?

maandag 28 oktober 2019

KVH

Weet nog goed waar en wanneer het was
op de drukke speelplaats van de kleuterklas
Verstild in het gewoel stond je toen daar
en zei: mijn papa en mama gaan uit elkaar.

Ik schudde mijn hoofd en knielde neer
Zei lachend: waar haal je dat nu weer?
Maar beiden hadden het zelf gezegd.
aan jou het onmogelijke toch uitgelegd.

Vandaag heb ik je na lang teruggezien
een zelfzekere dame van bijna zestien.
Geen spoor van wat ik zo had gevreesd,
je weg is gelukkig heel anders geweest.

dinsdag 15 oktober 2019

Onopgekleed

Vier vrouwen gaan op restaurant
venten en zorgen even aan de kant
Ze zijn uitgelaten en netjes opgekleed
laten het hangen, schaamteloos breed.

En terwijl ik hen lachend nakeek
hoe zij een punt zetten achter hun week
denk ik plots aan een vrouw uit een andere tijd
mijn grootmoeder nooit uitgelaten, voor eeuwig kwijt.

Ik zoek en zoek maar vind ze niet
een vriendin die haar eens lachen liet
of die haar wegtrok bij huis en haard
gewoon voor een koffie en stukje taart.

In mijn herinnering verliet ze nooit het huis
Ze zorgde, zweeg en deed de grote kuis
Nooit was ze voor eigen plezier opgemaakt
Hoe is ze zo een heel leven doorgeraakt?

Hoe weinig weet ik van die vrouw
Hoe weinig van de emotionele kou
waarin haar leven zich heeft afgespeeld?
Hopelijk heeft ze meer dan ik wist gedeeld.